Adriaan Roland Holstschool

overwegende dat op de school een schoolopleider fungeert (in samenwerking met de werkplekbegeleider) en dat deze samenwerkt met de student met het oog op het behalen van een bevoegdheid voor het eerste-, danwel tweedegraads gebied,komen daartoe de volgende acht punten overeen:

1            De school geeft de student de mogelijkheid het praktijkgedeelte van de opleiding op school uit te voeren. Tot het praktijkgedeelte behoren opdrachten (leerwerktaken) in de school, observaties van lessen, een door de opleiding voorgeschreven aantal zelfstandig te geven lesuren (met vereist voor- en nawerk), (actieve) participatie aan niet lesgebonden activiteiten, deelname aan de schoolgroep en het uitvoeren van andere door het opleidingsinstituut voorgeschreven taken.
 

2            De school stelt (minimaal) twee begeleiders aan: een werkplekbegeleider (WPB) en een schoolopleider (SO). De directe begeleiding valt onder de verantwoordelijkheid van de WPB. Afspraken over de invulling van de stage worden in goed overleg tussen WPB en student gemaakt. De SO is verantwoordelijk voor de coördinatie van het opleiden binnen de school en organiseert de schoolgroep. De schoolgroep maakt voor voltijdstudenten een verplicht onderdeel uit van het leerwerktraject. Tevens houdt de SO contact met het opleidingsinstituut. Indien de student onoverkomelijke problemen ondervindt met zijn WPB dan dient dit te worden besproken met de SO, die zal proberen een oplossing te vinden.

3            Voor derde- en vierdejaarsstudenten geldt dat zij, conform hun afspraken met het opleidingsinstituut,  een aantal lesuren per week van hun WPB overnemen, zodat deze lessen met zekerheid en in de uren van de WPB geobserveerd kunnen worden.

4            De school verklaart zich bereid om medewerkers van het opleidingsinstituut toe te laten in verband met school- en lesbezoeken (inclusief nabespreking). Er wordt ook gestreefd naar overleg tussen medewerkers van het opleidingsinstituut (rond de les bezoeken) en de WPB van de student.

5            De school stelt de student in de gelegenheid om het opleidingsprogramma te volgen. Dit betekent in de praktijk in ieder geval dat de student tijdens bijeenkomsten op het opleidingsinstituut niet aanwezig kan zijn op de opleidingsschool.

6            De school bevordert dat de opleiders getraind zijn in coachings- en begeleidingsvaardigheden gericht op het begeleiden van leraren in opleiding.

7            De beoordeling van het leerwerktraject komt tot stand op basis van input van de WPB en eventueel anderen binnen de school, van de student zelf en van de begeleider van de opleiding. Voor de beoordeling worden de procedures en instrumenten gebruikt zoals beschreven in de handleidingen van de opleidingsinstituten voor het lopende collegejaar, of eventueel daarvan afwijkende, specifiek tussen de school en de opleiding afgesproken en vastgelegde, procedures en instrumenten. De opleiding is wettelijk eindverantwoordelijk voor de beoordeling.

8            Bij voortijdige beëindiging van de stage wordt aan de hand van de competentiematrix een oordeel gegeven over het behaalde niveau van de student. De WPB besluit deze matrix met een woordrapport waarin de belangrijkste nog te behalen leerdoelen worden genoemd.

Een samenwerkingsverband van negen conceptscholen in en rond Amsterdam en de Hogeschool Utrecht, Hogeschool Inholland, Vrije Universiteit Amsterdam, Breitner Academie, Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam.

 

CONTACT

Pieter Calandlaan 182

      1068 NT Amsterdam

      The Netherlands

+31 

mail@noa-amsterdam.nl

Impressie

NOA-Amsterdam maakt gebruik van functionele en analytische cookies om de website goed te laten werken.
Meer informatie Akkoord